Vita’s plants: tuinieren aan de schrijftafel

Tussie-mussie maart 2012Op 26 februari 1950 schrijft Vita: ‘ a dear near neighbour brought me a tussie-mussie this week. A tussie-mussie is a bunch or a posy of flowers, a nosegay.’  O zo moeilijk dit woord met gevoel te vertalen…..onze taal is helaas veel minder bloemrijk.  Het is een ultraklein boeketje, een ruikertje  van hooguit 10 x 10 cm in omvang, net genoeg voor een piepklein vaasje. Met de bloemen van dit moment kun je al aardig uit de voeten, of zoals Vita bewonderend opmerkt: a theme to show what ingenuity, taste and knowledge can produce from a small garden, even in February. Schrijven deed Vita in haar toren, en haar kleine vaasjes met bloemetjes verbonden haar met de tuin, die tijdens het schrijven tijdelijk onbereikbaar was. Voor mij een herkenbaar gegeven: het gemis van mijn tuin kan met een enkel geurend bloemetje naast de computer worden verzacht.

(foto: een tussie-mussie anno 2012 uit eigen tuin, met – echt waar- roze druifjes, longkruid, hyacint en groene Helleborus argutifolius)

vita's_study_sissinghurst_NTrust

Tuinieren aan de schrijftafel (foto National Trust)

Waaruit bestond Vita’s tussie-mussie? Een nederig vijftal in roze, azuurblauw, heldergeel en paars: roze maartse viooltjes  (Viola odorata ‘Coeur de Alsace’), daarover straks meer; paarse Iris reticulata ‘Hercules’;  blauwe Muscari azureum; gele Crocus susianus en roze Anemone ‘St. Bavo’.

Van deze vijf zijn er drie nog redelijk gangbaar en staan in mijn eigen tuin: de blauwe vroegbloeiende Iris, het maartse viooltje en de azuurblauwe druif. Nog weinig te zien van dit trio overigens  Kent had in 1950 kennelijk een vroeg voorjaar.  De crocus is een voor mij onbekende  soort.  De catalogus van Peter Nijssen vermeldt hem niet, maar Redouté tekende hem in de 18e eeuw. Vita’s Amerikaanse collega Elizabeth Lawrence schrijft  in de Wall Street Journal in 1958 dat de Crocus susianus ook wel ‘Cloth of Gold’ wordt genoemd en in de 16e eeuw werd meegenomen naar Engeland uit de Kaukasus door de botanist Charles d’Ecluse. Te vervangen door de botanische Crocus angustifolius of Crocus flavus subsp. flavus, net zo zwavelgeel, vroegbloeiend en met een plukbaar steeltje.

De anemonen die Vita bedoelt zijn Anemone fulgens ‘St Bavo’, een roze selectie van de Haarlemse veredelaar van Tubergen uit 1912. Dat Vita in februari al een bloeiend exemplaar heeft is wonderlijk: St Bavo zou bij ons pas eind maart bloeien: als je hem al zou kunnen krijgen. Het huidige van Tubergen levert hem niet…Dan maar vervangen door de meer algemene Anemone blanda, die ook in een roze variant voorkomt. En ook pas in maart bloeit.

En tenslotte het viooltje. Versmaad door moderne beplantingontwerpers met hun grote gebaren van grassen en prairies en rucksichtlos weggewied door onwetende tuiniers. Zo’n klein, nederig, laagbijdegronds, zelfzaaiend, verfijnd plantje, overal gedijend, altijd trouw, symbool van ontluikend voorjaar.  Vita’s viooltje  is helderroze. In mijn tuin zijn ze lavendelblauw, paars of wit maar naar deze ga ik zeker nog op zoek.

Verschillende maartse viooltjes (foto John Grimshaw)

violet posy by John Grimshaw

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *