opgave: advies landschappelijke beplantingen voor het gebied tussen Amersfoort en Soest; onderzoek naar erfbeplanting en beplantingsplan erfbeplanting
jaar: 2009

In het kader van het onderzoek naar de transformatie van erfbeplantingen heb ik onder meer reconstructietekeningen gemaakt van de transformatie van het erf waar ik zelf woonde.

In het beplantingsplan voor het nieuwe ontwerp voor een recreatief erf in Hoogland is de visie ‘Eetbaar Landschap’ consequent gehanteerd. In beginsel dienen alle beplantingen eetbaar te zijn. Zo paste ik in de vlechtheg meidoorn toe waarvan het jonge blad en de bessen eetbaar zijn; de houtwal wordt beplant met wilde appel (Malus sylvestris), sleedoorn (Prunus spinosa) egelantier (Rosa rubigonosa) en vlier (Sambucus nigra ‘Black Lace’ en aan de voet groeit onder meer daslook (Allium ursinum). Er zijn gemengde fruithagen met zwarte bes (Ribes nigra ‘Ben Sarek’, rode bes (Ribes rubrum ‘Jonkheer van Tets’, roze bes (Ribes sativum ‘Pink Chamagne’) en kruisbes; In de bosjes groeien hazelaar (Corylus avellana), zoete kers (Prunus avium), sleedoorn (Prunus spinosa) en de tamme kastanje (Castanea sativa).

De productieboomgaard bevat het appelras ‘Coelhorst’, genoemd naar het landgoed in Hoogland-West .In de kleine boomgaard voor eigen gebruik onder meer mijn favoriet de kwee (Cydonia oblonga ‘Vranja’) maar ook het kroosje, de mirabel, de kwets en de mispel. De lanen worden, net als op het landgoed ‘Marienwaerdt’, gevormd door majestueuze en rijkdragende notelaars (Juglans regia ‘Buccaneer’), die ook als solitairen worden gebruikt.

van boven naar beneden: de transformatie van mijn eigen boerenerf in Hurwenen (Gld.) van boerenerf naar recreatief erf en vervolgens volledig woonerf; boomgaardprincipes; impressies uit de permacultuur van weleer; beplantingsplan voor nieuw recreatief erf in Hoogland bij Amersfoort.